Beheer & Onderhoud
Met de invoering van het Londo-stelsel in de jaren 80 is men ook begonnen met het minutieus in beeld brengen van het onderhoud aan school gebouwen. De Londo normen waren maatgevend en dus was het nodig dat het onderhoud aan de gebouwen eenduidig werd vast gelegd. Scholen kregen een vergoeding voor het opstellen van meerjaren onderhoudsplannen en een leger bouwkundigen stortte zich vervolgens op de nieuwe markt, van eenvoudig tekenbureau of aannemersbedrijf tot architect en bouwmanagementbureau.
Alle richtlijnen die hiervoor werden opgesteld ten spijt was het resultaat niet erg eenduidig.
Het was de bedoeling met het Londo bekostigingsstelsel tot objectivering te komen van de vergoeding aan gemeenten. Maar het heeft er niet toe geleid dat gemeenten inderdaad voldoende geld ontvingen voor hun schoolgebouwen. De Londo normen werden teruggedraaid zodat ze binnen het budget van het ministerie vielen.
Dit heeft er vervolgens toe geleid dat in veel gevallen een verwijdering tussen de gemeenten en de schoolbesturen plaats vond. De gemeenten waren immers verantwoordelijk voor de huisvesting maar kregen hiervoor onvoldoende middelen en schoolbesturen vroegen waar ze volgens de bekostiging recht op hadden. Het beleidsdoel van gemeenten was niet het zorgen voor zo goed mogelijke huisvesting maar “De exploitatie van de scholen dient binnen de rijksvergoeding plaats te vinden”.
Inmiddels heeft het onderwijs wel een enorme ontwikkeling mee gemaakt het adaptief onderwijs deed haar intrede. Steeds meer vindt er een verschuiving plaats naar het nieuwe leren waardoor er heel andere eisen aan de gebouwen worden gesteld.
Juist nu is het dan ook van het grootste belang dat schoolbesturen en gemeenten zo goed mogelijk samenwerken. Schoolbesturen moeten daarom goed huisvestingsbeleid ontwikkelen waarop het gebouwbeheer wordt afgestemd. Dat een bouwkundige een meerjarenonderhoudplan (MOP) voor een schoolgebouw opstelt, zonder daarbij naar de functionaliteit van het gebouw te kijken is niet meer van deze tijd, dit leidt zondermeer tot onnodig hoge onderhoudskosten. Het is daarom noodzakelijk dat er een goede afstemming plaats vind tussen de bouwkundige die verantwoordelijk is voor het onderhoud aan het gebouw en degene die verantwoordelijk is voor het huisvestingsbeleid. Op deze manier wordt het mogelijk een huisvestingsplan te ontwikkelen voor een langere termijn dat aansluit op de behoefte.
Veel schoolbesturen en gemeenten maken gebruik van bureaus die vanuit een bouwkundige achtergrond het meerjaren onderhoud in beeld brengen. Daarnaast is er vaak de mogelijkheid om de begeleiding van het uitvoeringstraject bij het zelfde bureau neer te leggen.
Deze manier van werken stamt nog uit de Londo periode. Alle goede bedoelingen ten spijt past dit niet echt meer in deze tijd doordat de wederzijdse betrokkenheid niet groot genoeg is.
Adviesbureau Duurt Meijer onderscheid zich door een nauwere samenwerking met de opdrachtgever. De onderhoudsplanning is niet alleen beter afgestemd op de behoefte, het huisvestingsbeleid van de opdrachtgever, maar levert ook waardevolle informatie voor het tot stand komen van dit huisvestingsbeleid. In het uitvoeringstraject werkt adviesbureau Duurt Meijer nauw samen met aannemers en toeleveranciers om passende oplossingen te vinden afgestemd op de specifieke situatie.
Onderhoud plegen aan een gebouw is geen doel, maar een middel om goede huisvesting voor een van te voren vastgestelde periode te garanderen, waarbij de kwaliteitsniveaus van te voren zijn vast gesteld.